1979

Tijdens mijn bewakingsdiensten had ik veel tijd om brieven aan reclamebureaus te schrijven. Ik herinner me een brief die voorverkreukeld was, zodat de ontvanger er via de stippellijnen een fraaie prop van kon vouwen. De bon in de rechter onderhoek bleef glad, omdat men met deze bon een meesterproppenmaker kon aanvragen. Dat was ik dus. Daarnaast bedacht ik een heel ingewikkelde mailcampagne, gericht aan een doelgroep N=1 ik meen Frans Lavell van FHV. Het was een 10-traps mailing waarin ik allerlei nep-instanties en -personen, waaronder de Stichting voor Psychische Bedrijfshygine, naar het bureau liet schrijven met de boodschap dat een factotum verplicht/handig was om te hebben. Als klap op de vuurpijl zou ik me dan aanbieden als factotum.

Alleen die laatste mailtrap is er om een of andere reden nooit van gekomen. Zelfs ben ik een keer doorgedrongen tot het sanctum sanctorum van het Nederlands reclamewezen indertijd: het bureau van Bart Kuiper, aan de Keizersgracht. Ik was daar op voorspraak van copywriter Ellen Verbeek, die ik in ruil zou voorstellen aan mijn baas bij Nieuwe Revu: Derk Sauer.

Kuiper wierp n blik op mijn zeer flitsende Mac & Maggie-kostuum en serveerde mij af met een dodelijk: "Je lijkt wel een art director."
Dat gesprek is nooit meer wat geworden, ook al omdat ik alleen Gerrit Komrij-achtige columns in mijn map had. Ellen ging het beter af. Het klikte met Derk Sauer, ze kreeg flink wat freelance schrijfopdrachten, trouwde met hem, baarde zijn kinderen en woont nu (hoop ik) nog steeds gelukkig met hem en hun gezin in Moskou. Schathemeltjerijk, ook nog eens. Geen dank, Ellen.

Maar schrijven deed ik dus intussen wl! Als freelance-journalist bij onder andere de Nieuwe Revu, samen met mijn boezemvriend en huisgenoot
Ruud Hollander. Hij studeerde psychologie maar wilde net als ik teksten schrijven voor zijn brood. Dus besloten we samen een donderende entree te maken in de journalistiek. We wilden geen nieuws verslaan, we zouden het zlf gaan maken. We bedachten een
wilde stunt.