Na 25 jaar Bourgogne terug naar Nederland

In januari 2001 verruilden mijn vrouw en ik met onze twee kleine kinderen op stel en sprong ons veel te dure huis in Het Gooi voor een veel te grote boerderij in de Bresse. Het was een beetje een bevlieging. We hadden in de Bourgogne rondgekeken tijdens een zomervakantie bij vrienden, vonden het er prachtig, we bekeken wat makelaarsetalages en dachten: waarom eigenlijk niet?

Terugkijkend heb ik geen spijt van die stap. Het was soms een wilde rit, maar we hebben het in ieder geval geprobeerd. Toch zitten we nu – 25 jaar later – weer in Nederland. En ook dat voelt als een prima beslissing.

Natuurlijk, in 25 jaar ben je ergens ingeburgerd. We hadden diverse huizen gekocht en verkocht en zaten in ons derde huis in het centrum van Tournus. Ik runde diverse websites voor mijn stadje, waaronder mijn Franstalige blog de-tournus.com met subdomeinen voor lokale verenigingen en bedrijven. En de touristische site tournus.nl om mijn stad op te stoten in de vaart der volkeren. We hadden een galerie aan huis en ik hielp zelfs mee de huidige burgemeester verkozen te krijgen, met vergaderingen bij ons in de winkel. Op papier was ik een rasechte Tournusien.

Het glazen plafond van de integratie

En toch… onze vrienden en kennissen in Frankrijk waren grotendeels niet-Frans. Andere Nederlanders, Britten, Zwitsers en zelfs Amerikanen en Australiërs. Mensen die net als wij ooit de stoute schoenen hadden aangetrokken. De echte Fransen waren aardig, behulpzaam en volkomen ondoorgrondelijk. Wij kwamen er niet echt tussen.

Dat ligt niet aan de Fransen. Integratie op dat niveau is gewoon een generatiekwestie. Mijn kinderen zijn er wél volledig in opgegaan, want die hadden allemaal vriendjes van school, van dansles en een bandje. Maar mensen van onze leeftijd zaten gewoon niet te wachten op buitenlanders in hun sociale kring. En nu denk ik ook dat wij met onze hobby’s, ons werk en onze ideeën gewoon veel te ánders waren.

Ook bijvoorbeeld als het gaat om de Bourgondische levenskunst. Het urenlange tafelen, de eindeloze bespiegelingen over wat er gegeten is, nog gegeten gaat worden en gegeten had moeten worden. Veel Nederlanders dromen ervan. Ik niet. Mij laat het volkomen koud waar iemand zijn asperges koopt en welke wijnboeren hij allemaal kent. Na een paar uur luisteren naar gelul over eten kun je mij wegdragen.

De rust van de indolentie

Ook zoiets. Fransen zijn geen helden als het gaat om verandering. Ze doen dingen op een bepaalde manier en zo hoort het gedaan te worden want zo doen ze het al jaren. Dat heeft charme als het gaat om het ambachtelijke van de kaasmaker en de vigneron. Maar ik heb altijd die Nederlandse neiging om dingen anders en beter te organiseren, stappen te zetten, processen om te gooien. Dat leidde niet zelden tot grote frustratie en een keer zelfs tot een zeer kostbare rechtszaak rond mijn ‘disruptive’ site immogo.com. Een zaak die ik in hoger beroep maar ternauwernood won. Dat ‘laisser faire, laisser aller’ maakte mij niet rustiger maar ongeduldiger. Dat ging knagen.

Kleinkind hakt de knoop door

Onze kinderen zijn al jaren geleden vanuit de Zuid-Bourgogne naar Amsterdam vertrokken om te studeren en te werken. Al zijn ze sterk ‘Frans’ opgevoed en opgeleid, ze willen voor geen goud terug. Ze houden van Amsterdam en hun Nederlands wordt steeds beter.

Ik heb een hekel aan lange autoritten, en ben dus niet het type dat voor elke verjaardag even terug scheurt. Toen we eens drie maanden een flat huurden in Amsterdam Oost – van vrienden die een wereldreis maakten – realiseerden we ons dat we Nederland misten. We werden blij van het ongecompliceerde, eerlijke, directe van de Nederlanders, van de Amsterdamse humor, van het jolige praatje voor de vaak in de Turkse snackbar. Het ontroerde me zelfs. Nederlanders zijn zo lekker Nederlands!

Een warm bad

Kortom, we zijn terug. Weer in Amsterdam (nou ja, stadsdeel Weesp) wonen voelt precies zoals we hadden gehoopt. De kinderen zijn in de buurt, we komen bij buren over de vloer, de Vomar en de Hema om de hoek bieden precies wat we nodig hebben en we blijken prima te kunnen leven zonder 200 soorten yoghurt.

Het is een warm bad, maar tegelijk ook ingewikkeld. Je moet echt zó veel regelen bij een remigratie. Banken, telefoon, internet, belastingen, pensioen. Mijn Japanse vrouw moest opnieuw door allerlei immigratiehoepeltjes springen. We zijn nu bijna een jaar terug en nog steeds is niet alles op orde.

Het acclimatiseren duurt mede langer, vrees ik, doordat ik niet zo zorgeloos en wendbaar meer ben als toen ik rond mijn veertigste de sprong naar La Chapelle-Thècle waagde. Je deed maar wat en het kwam goed. Nu weer allerlei nieuwe dingen leren (Tikkie!) is minder makkelijk dan ik had gedacht. Maar goed, we hebben geen haast.

En Frankrijk dan?

We zijn écht geëmigreerd en weer Nederlands ingezetenen. Wel hebben we het huis in Tournus gehouden om te verhuren als vakantiewoning, met behulp van een conciergerie. We zullen dus zeker regelmatig terug moeten, ehh…. mogen. En ik heb natuurlijk al die tournus-sites nog. Moet ik ze gewoon weggooien, sluiten? Nee, dat kan ik de eigenares van memoire.de-tournus.com niet aandoen. Ik zal eens met de burgemeester chatten. Ik heb nog wat van hem tegoed.

Wij zijn terug. Wil jij gaan? 
Dan heb ik hier een handige gids voor je. 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *